Interview Harvey Fierstein & Cyndi Lauper

 

Een zeldzaam fenomeen dat je moet koesteren 
Er bestaat geen kant-en-klare formule om een musical te schrijven die het publiek in zijn hart sluit, zegt Harvey Fierstein. Maar als het lukt, is het een soort heerlijke toverkunst. 

Hoe zit dat met Kinky Boots? Elke voorstelling ontketent zo veel lachsalvo’s dat het dak bijna van het theater vliegt. En als het gordijn valt, wordt er zo hard gejuicht dat de pruiken van de hoofden van de acteurs op het podium vliegen. Dit is wat je wilt in onze sector. Dit is het onmiskenbare teken van theatrale magie wanneer publiek en voorstelling verliefd op elkaar zijn geworden. 

Een vriend beschreef Kinky Boots als een bezoek aan The Happiness Factory. Een aardig goede omschrijving van het lachende en giechelende publiek dat na elke show met tegenzin de straat op loopt. Wat zit er precies achter deze vrolijke alchemie? Is Kinky Boots plus publiek gelijk aan jubelen? Ik weet het niet. Maar dit kan ik je wel vertellen: wij die aan dit project hebben gewerkt, sommigen langer dan vijf jaar, zijn een extatische dankbare bende theatermensen. 

Ons avontuur begon toen lead producer Daryl Roth deze heerlijke Britse film zag op het Sundance Film Festival en dacht dat die geschikt was voor een musical. Ze kocht de rechten en nam coproducent Hal Luftig in de arm. Samen nodigden ze Jerry Mitchell uit, die net Legally Blonde naar het toneel had gebracht (ook geproduceerd door Luftig), om Kinky's reis te regisseren en van choreografie te voorzien. Ik was de volgende die bij het team kwam. Jerry en ik hadden altijd al iets samen willen doen sinds onze samenwerking bij Hairspray. Dit was onze kans. 

Nu moesten we nog een goede componist vinden. Na een paar valse starts stelde mijn broer Ron voor (hij kent de muziekindustrie erg goed) om Cyndi Lauper te vragen. Ze is een oude bekende die ik een jaar eerder nog had gesproken over iets schrijven voor een andere show. Wat een perfect idee! Ze was geknipt om de 'show within a show'-muziek voor Lola's club te componeren en de upbeat danstracks die we nodig hadden om ons verhaal overeind te houden. (De show vindt speelt zich voornamelijk af in een fabriek en je zou anders veel helium nodig hebben om het verhaal luchtig te houden.) Bovendien was ik ervan overtuigd dat Cyndi’s ‘outsider’-persoonlijkheid de tegenstrijdige psyche van een beroepsbokser/dragqueen en een schoenenfabrikant die geen schoenen meer wilde maken, zou begrijpen. Gelukkig zei Cyndi: 'Tuurlijk!' en het avontuur kon beginnen. 

Drie jaar lang gingen er telefoontjes, bezoekjes, mailtjes en mp3’tjes over en weer tussen Cyndi en mij. Een show schrijven is een soort huwelijk. Maar omdat het de eerste keer was voor Cyndi, was het eigenlijk meer een ouder-kindrelatie. Ik noemde me zelfs  'Mommie Dearest' en zij was 'Christina', dat arme getormenteerde kind. Ja, dat lees je goed. Als zij hits voor ons moest gaan schrijven, moest ik dat met kleerhangers uit haar rammen! (Maar ik beloof je dat geen dieren of mensen gewond zijn geraakt bij het maken van deze musical.) Toen voegde Stephen Oremus zich bij onze vrolijke troep als muziekbegeleider/arrangeur/dirigent en toen begon Kinky Boots echt vorm te krijgen. 

Terwijl wij de voorstelling op papier ontleedden, verzamelde Jerry een team ontwerpers en theatermakers die dit bijzondere verhaal tot leven konden brengen op het podium. David Rockwell (scenic designer) en Ken Posner (lichtontwerper) waren absolute musthaves op Jerry's lijstje. Omdat ons verhaal vooral over een gebouw ging, was Davids kennis van architectuur en de link daarvan met tijdsperiode, plaats en sfeer, ontzettend belangrijk. En Kenny's onverschrokken flair met kleur en focus zou ons intieme verhaal helemaal tot op de laatste rij van het balkon projecteren. Het allerliefst wilden we dat Gregg Barnes (kostuumontwerper) de fantastische looks van Lola's wereld en de dagelijkse wereld van elke fabrieksarbeider zou creëren. Voeg daar de haarontwerpen van Josh Marquette en de geluidsexpertise van John Shivers bij en alles stond klaar om in technisch opzicht een perfecte productie te creëren. 

Toch zegt niets van dit alles iets over waarom Kinky Boots anders is. Dat we allemaal goed zijn in ons werk en hard aan de show hebben gewerkt, is geen verklaring voor het bijzondere wonder dat zich afspeelt in het Adelphi in Londen, het Hirschfeld Theatre op Broadway en nu in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. We werken altijd tijd hard en het resultaat is zeker niet altijd een show waarvoor mensen in de rij staan zoals nu. Dus: wat is het verschil tussen een show die het publiek gewoon leuk vindt en een show die het publiek in zijn hart sluit? Ik denk dat niemand dat precies weet. Het is een zeldzaam fenomeen dat je moet koesteren. Dus misschien is het ’t best om gewoon te ontspannen en te genieten van de magie. 

Meer dan een dragshow 
Inderdaad, de show staat vol met als vrouw verklede mannen, maar daar gaat het niet om, zegt Harvey Fierstein. In feite gaat de voorstelling over hoe het is om man te zijn, vertelt hij Jesse Green. 

Een dragqueen zonder kostuum ziet er gewoon uit als een man. Dus tijdens de repetitie van de nieuwe musical Kinky Boots in gewone kleding, waren de grote aantallen mannen wat verwarrend. De plot die gebaseerd is op de film uit 2005, sprak voor zich. Een dragqueen genaamd Lola en een normale kerel genaamd Charlie werken samen om Charlie's schoenenfabriek te redden door een fetishwear-lijn met hoge hakken te ontwerpen die sexy genoeg was voor vrouwen en robuust genoeg voor mannen. Maar waarom zongen al die slanke jongens dan 'We give good epiphany'? 

Dat werd later pas duidelijk toen de cast zich verkleed had en al die kerels opeens ‘glamazons’ waren geworden. Maar op dat moment waren de details van hun kostuums gewoon niet belangrijk voor de schrijver van het draaiboek van de show, Harvey Fierstein, ook al staat zijn hele carrière in het teken van dit onderwerp. Terwijl hij meestal tevreden naar de repetitie keek, lette hij ook op woorden en teksten die niet helemaal landden. Na afloop zei hij tegen de cast dat ze te veel pushten. ‘Sommige grappen kwamen zo hard aan,' zei hij op die angstaanjagend vriendelijke toon van hem, 'dat ze de ruimte uit hinkten en informeerden of we wel verzekerd waren.’ 

Maar in de begindagen van Fierstein had subtiliteit nog geen prioriteit. Zijn eerste professionele podiumoptreden was als astmatisch lesbisch dienstmeisje dat in een toneelstuk van Andy Warhol genaamd Pork, in een hoekje de Penthouse stond te lezen. Hij was nog geen 19 jaar oud. In Pork speelden de dragqueens Jayne County en Cherry Vanilla de hoofdrol in het verhaal over, nou ja, laat maar. Het was 1971, het stuk speelde in La MaMa [Experimental Theatre Club], en het enige wat voor Fierstein telde (die overdag aan het Pratt Institute studeerde), was kunst maken of iets wat daarop leek. 

Dat hij vrouwenkleding droeg – een oranje huisjas met een groene rits en een goedkope pruik die hij bij S. Klein had gekocht – maakte niet uit. ‘Ik was acteur, en belangrijker nog, een arme acteur,’ zegt hij nu. In ieder geval had hij zich al lang geleden vertrouwd gemaakt met vrouwelijke alter ego's. Als kind verkleedde hij zich voor Halloween als meisje ('een meisjesmonster, daarom was het oké') en wikkelde hij zich in een handdoek als hij voor de spiegel musicals en 'If I Loved You' imiteerde. Voor hem was het logisch: 'Als je naar Gone With the Wind kijkt en je wilt Clark Gable veroveren, moet je Vivien Leigh zijn.’ 

Ook voor anderen was dat duidelijk. Tijdens een acteerklas in een kerkkelder zei wijlen Madama Barbara Boelgakova van het Moskouse Kunsttheater tegen hem: 'Je bent een heel gevoelig mens. Voor mensen zoals jij worden geen mannenrollen geschreven. Daarom liet ze hem Frankie spelen in The Member of the Wedding en Julia, hoewel dat misschien iets minder voor de hand ligt, gezien zijn Brooklyn-accent en omdat hij bijna 1,90 m lang is. 'Thou knowest the mask of night is on my face,’ begint hij op te dreunen in een pauzekamer in het Al Hirschfeld Theater. 'Else would a maiden blush bepaint my cheek.’ Julia vergeet je nooit. 

Ergens anders in het theater bepoederen de frêle jongens van het koor hun wangen voor de preview-voorstelling van die avond. Maar de rol van de dragqueens in dit verhaal verschilt enorm van die in Fiersteins bewerking van La Cage Aux Folies uit 1983, of daarvoor die in zijn eigen Torch Song Trilogy, of nog eerder tijdens zijn experimentele tijdperk in East Village. Eigenlijk is het een nieuwe soort. En ook al is niemand nauwer en meer publiekelijk verbonden met deze evolutie dan Fierstein, is het ironisch dat hij deze niet volledig omarmt. 

Hij is natuurlijk veel meer dan alleen Edna Turnblad uit Hairspray zonder kostuum. Hij is een van de meest energieke mensen uit de theaterwereld, een gelauwerde Tony-winnaar, een soort stadspresident van Broadway; loop maar eens met hem over Eighth Avenue. Hij is ook een gerespecteerde boekdokter (zonder de credits ervoor te hebben gekregen, heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan het script van Hairspray) en ook backstage een toonbeeld van professionaliteit. (Van de meer dan 600 geplande optredens als Edna op Broadway, heeft hij precies de helft van één optreden gemist.) Omdat hij op deze manier naam heeft gemaakt,