Freek de Jonge - Reikhalzend Verlangen

Van 21 t/m 25 november speelde Freek de Jonge zijn voorstelling Reikhalzend Verlangen - Zaansch Veem 2 in het Zaantheater. Vijf keer genoot een zeer goed gevulde zaal van Freeks verhalen over zijn jeugd in Zaandam. Het was een groot feest der herkenning.

Lees de recensie van Patrick van den Hanenberg op Theaterkrant.nl.

Journalist Hans Visser schreef onderstaande recensie:

Drie dagen met pensioen en drie dagen al een leven in betrekkelijke stilte. Totdat ik woensdagavond terecht kwam bij Freek de Jonge in Zaandam. Voor het Zaantheater maakte hij de voorstelling ’Reikhalzend verlangen’, waarin hij sprankelend stoeit met zijn jeugdherinneringen aan die stad en daarover aangenaam mijmert.

Wie de Zaanstreek een beetje kent weet dat dit een onvergelijkbaar deel van Nederland is. Toch is ook de Zaankanter niets algemeen menselijks vreemd. Freek zou dit gelegenheidsprogramma overal in Nederland kunnen spelen.

Hij was 7 toen hij in 1951 naar Zaandam verhuisde. Klaar voor de jaren die elk mens vormen. Juist daar zit ’m de ’grap’ van dit theaterprogramma. Luister maar naar zijn openingslied, dat hij zingt aan de rivier De Zaan.  

Hier op de plek van dit theater

Keek ik ooit uit over de Zaan

Zonder besef dat ik daar later

Nog eens op het toneel zou staan

Waar ik altijd terug zou komen

Ik zie de planken als een vlot

Waarop ik spelen kan en dromen

Als een onechte zoon van Don Quichot 

Jacques Klöters vertelt in een van zijn Facebook-verhalen hoe hij Freek ooit samen met Bram Vermeulen een eerste poging tot cabaret zag doen. Hij bracht een diaprojector met dia’s mee, maar tot een voorstelling kwam het niet, want er viel van alles om en chaos was het gevolg.

Is hij in ’Reikhalzend verlangen’ nog niet veel verder gekomen? Als hij op een projectiescherm jeugdfoto’s laat zien, gaat ook dat mis. Zij het briljant en weldoordacht. Want Freek is een clown die in zijn gelaat geen kleuren en in zijn motoriek accenten nodig heeft. In de woorden van André van Duin: ’Hij heeft de lach aan zijn kont hangen’.

In de voortelling verwerkt hij schitterend de liedjes van de nieuwe cd ’Koffers’. Bekende nummers zingt hij met nieuwe eigen teksten. Ook in het theater wordt hij begeleid door een orkest  van elf musici, die kunnen kleuren als de blijdschap van Toon Hermans en de blues van The Nits.

Voorbeeld: ’House for sale’ van de Zaanse Margriet Eshuijs en de band Lucifer waarin toen nog Henny Huisman drumde. Het lied heet nu ’Albert Heijn’ en werd deze week in de grote Albert Heijnzaal van het theater meegezongen als was dit het Zaanse volkslied. Ze eten daar in de Zaanstreek natuurlijk wel van.

Het mooie van Freek is dat hij naarmate zijn leeftijd stijgt, ook steeds meer zonder reserves bij zichzelf terecht komt. Nog altijd verbaast hij zich over wereld, maar daarin zich ook steeds meer relativerende diepgang. Hij weet dat het tijd is om vragen te stellen, niet alleen aan anderen, maar vooral ook aan zichzelf. Hier predikt hij in de kolkende zee van de gulle lach de liefde, maar hoe lief was hij zelf eigenlijk? Op die woelige baren pakt hij het publiek bij de hand en laat iedereen spelenderwijs ook even naar zichzelf kijken.

Freek is de zoon van een dominee. Zoals Seth Gaaikema dat een generatie eerder was en ook zo veel andere collega’s iets spiritueels hebben. Er is zelfs een moment waarop zijn werk doe denken aan Gaaikema’s liedje ’Pastorie’.  Hilarisch zijn de verhalen over het werk van zijn vader, juist omdat daar ook onopvallend veel weemoed in zit. Prachtig is het lied over zijn moeder.

Het gezin kwam destijds uit het Godvrezende Friesland naar Zaandam om daar de mensen bij de kerk te houden. Het voelde voor dominee De Jonge alsof hij in de frontlinie terecht was gekomen: de veranderende tijd dunde zijn ’kudde’ danig uit.

Freek werd geen dominee, maar zou een flinke schare volgelingen krijgen, dolblij met zijn blijde boodschap. Annie M.G. Schmidt zei het al: ’Lachen mag van God’. 

Hans Visser

Meer informatie over Freek de Jonge - Reikhalzend Verlangen